Nederlandse Naam: Torenvalk

Roepnaam: Bo

Latijnse naam: (Falco Tinnunculus)

Lengte: ± 35 cm 
Spanwijdte: ± 70-80 cm 
Gewicht: ± 200-230 gram 
Leeftijd: 
Aantal eieren: 4-6 
Broedduur: ± 27-31 dagen

Beschrijving:
Eén van de talrijkste Europese roofvogels. Kleine, slanke valk met lange, spitse vleugels en lange staart. Mannetje met blauwgrijze bovenkop en wangen, roodbruine rug met zwarte druppelvlekken, staart asgrijs met brede, zwarte eindband en smalle, witte zoom, vleugels bruinig zwart, onderzijde roomkleurig met donkere lengtevlekken.
Vrouwtje kaneelbruin met zwarte vlekken, staart bruinzwart gebandeerd, met zwarte eindband. Snavel grijs met gele basis en donkere punt, washuid geel, poten geel, nagels zwart, iris donkerbruin.

Leefgebied:
Europa, Azië Afrika tot in Zuid-Afrika.
Vliegt met snelle, ondiepe vleugelslagen, die zelden door glijd pauzes worden onderbroken. Staat vaan 'biddend' (wiekelend) in de lucht. Hij houdt daarbij de lichaamsas in een hoek van 45 ° en slaat de vleugels relatief ondiep op en neer. Hij 'hangt' als het ware in de lucht. De staart wordt daarbij naar beneden gedrukt en wijd gespreid.
Bij sterke wind 'bidt' de valk met het lichaam in horizontale houding en regelt zijn voorwaartse bewegingen zodanig dat ze overeenkomen met de windsnelheid.

Voedsel:
Veld- en woelmuizen, ook spitsmuizen, bosmuizen, grote insecten hagedissen en jonge vogels.
De torenvalk jaagt of vliegend met veelvuldig bidden, of vanaf een uitkijkplaats. Soortgenoten worden door luchtaanvallen uit het voedsel- en broedterritorium verdreven.

Broeden:
Torenvalken bouwen zelf geen nest en zijn in de keuze van de nestplaats niet kieskeurig. Ze bezetten oude nesten van roofvogels, kraaien en reigers; zij broeden in boom- en rotsholten, maar ook in nissen en muurgaten in hoge gebouwen.
Broedtijd april/mei. Grootte van het nest 4-6 eieren, broedduur 27-31 dagen, nestperiode jongen 28-32 dagen. Alleen het vrouwtje broedt maar wordt door het mannetje gevoerd en af en toe even afgelost als zij een prooi verorbert.
De jongen worden na het uitvliegen nog ongeveer vier weken door de oude vogels voorzien.